Neuromotorische rijpheid van het brein

 

We herkennen allemaal kinderen met concentratieproblemen, planningsproblemen of organisatieproblemen. Kinderen die het lastig vinden om stil en recht te zitten. Kinderen die moeite hebben met het omzetten van een verbale opdracht naar een motorische handeling. Die wel feiten kunnen onthouden, maar moeite hebben met leggen van verbanden of geen samenhang zien. In spiegelbeeld blijven schrijven, een beroerd handschrift blijven houden of spellend blijven schrijven. Al deze belemmeringen zijn in veel gevallen terug te voeren op de verbindingen in het brein.

Zo lang een kind zijn lichaam onvoldoende kan controleren, heeft het onvoldoende lichamelijke vaardigheden die nodig zijn om in de klas goed te kunnen leren. Deze neuromotorische rijpheid heeft een kind nodig om tot leren en ontwikkeling te komen. In het brein moeten paadjes aangelegd worden tussen de beide hersenhelften om ze goed samen te kunnen gebruiken. Bij veel kinderen (en volwassenen) zien we dat dit proces niet goed is doorlopen. Het kind moet dan erg veel compenseren om een taak te volbrengen, wat vaak gedragsproblemen veroorzaakt. Of het kind valt dusdanig uit in een taak.

 

Een van de zeven zintuigen (horen, ruiken, voelen, proeven, zien kennen we vaak wel, maar daarnaast hebben we ook nog het evenwicht en de propriocepsis) de propriocepsis, wordt ook wel positiezin genoemd. Het is het vermogen van een mens of dier om de positie van het eigen lichaam of delen ervan waar te nemen en om te registreren hoeveel kracht gebruikt wordt bij een beweging. Dit zintuigsysteem heeft enorm veel invloed op de neuromotorische ontwikkeling en noemen daarom ook de “koningin” van de zintuigen.

Het proprioceptieve systeem geeft stofjes af die nodig zijn voor de ontwikkeling van de hersenhelften. Wanneer het proprioceptieve systeem goed werkt, zijn de benodigde verbindingen in de hersenen aangemaakt en kan een kind zijn lichaam controleren, heeft het voldoende lichamelijke vaardigheden die nodig zijn om in een klaslokaal goed te kunnen leren. Ook helpt de propriocepsis bij het voorkomen van het overlopen van een emmertje bij een kind. Het zorgt voor het opvangen van grote “emotionele” schommelingen en prikkels die de hele dag binnenkomen. De ontwikkeling van de propriocepsis begint gelijk de geboorte van een kind.

 

Voorwaarde voor een goed proprioceptief systeem is het goed doorlopen van de fases van motorische ontwikkeling bij een kind en daarmee ook een voorwaarde om te kunnen leren. De motorische ontwikkeling verloopt van grof naar fijn. Een kind kan bijvoorbeeld pas goed leren schrijven als het voldoende bewegingservaring heeft opgedaan in een voorgaande “grovere” fases.

Deze motorische ontwikkeling kan in de weg worden gestaan door de aanwezigheid van primaire reflexen. Bij een normale ontwikkeling zijn de meeste primaire reflexen in de eerste levensjaren geïnhibeerd. Dat betekent dat ze over zijn gegaan naar posturale reflexen (houdingsreflexen). Wanneer dit niet gebeurd kan het dus zijn dat een kind hier doorheen moet compenseren. Soms lukt dat, soms lukt dat niet.

Kinderen bewegen minder en het aanbod op school sluit lang niet altijd aan bij de fase van motorische ontwikkeling van een kind. Gevolg hiervan is dat veel kinderen niet tot een goede (cognitieve) ontwikkeling komen en niet kunnen laten zien waartoe ze in staat zijn.

 

Behandeling

Bij veel hulpvragen neem ik inmiddels een aangevuld onderzoek af om te kijken naar de motorische ontwikkelingsfase en de aanwezigheid van primaire reflexen. In overleg met ouders / verzorgers kijken we dan of we alleen insteken op compensatiestrategieen (training, hulpmiddelen, plek in de klas, taakreductie etc.) of dat we insteken op de inhibitie van de primaire reflexen, zodat de voorwaarden ontstaan om tot ontwikkeling kan komen. Dit is echter een langduriger proces, waarbij we veelal wel een schooljaar lang de tijd nodig hebben om middels een thuisprogramma de reflexen te inhiberen.